Sociale verkiezingen 2012 : de kiescolleges en de stembureaus

Het CPBW en de Ondernemingsraad zijn samengesteld uit werkgevers- en werknemersvertegenwoordigers. De werknemers kiezen de werknemersvertegenwoordigers onder de kandidaten die door de vakbonden voorgedragen worden. Daarbij worden zowel de kandidaten als de kiezers onderverdeeld in categorieën.

In dit artikel gaan we dieper in op de samenstelling van deze categorieën in de verschillende fasen van de procedure.

Hoe worden de mandaten verdeeld over de werknemerscategorieën?

Op dag X, dit is 90 dagen voor de dag van de verkiezingen, heeft u heel wat informatie meegedeeld aan uw werknemers. Zo heeft u ondermeer meegedeeld uit hoeveel leden van werknemerszijde (mandaten) het overlegorgaan zal bestaan en hoe deze mandaten verdeeld zullen worden over de verschillende weknemerscategorieën.

Er kunnen maximum 4 werknemerscategorieën zijn:

 

  1. De arbeiders;
  2. De bedienden;
  3. De jonge werknemers (indien er minstens 25 werknemers zijn jonger dan 25 jaar op dag Y, dit is de datum van de verkiezingen);
  4. De kaderleden (indien er minstens 15 kaderleden zijn in de onderneming). Enkel voor de ondernemingsraad kan er een afzonderlijke categorie van kaderleden zijn.

 

De mandaten worden verdeeld over de verschillende categorieën in verhouding tot het aantal werknemers tewerkgesteld in elke categorie.

Hoe worden de kiescolleges en de stembureaus samengesteld?

Op dag X+60 moet u de werknemers informeren over de samenstelling van de stembureaus en de indeling van de kiezers per stembureau (samenstelling kiescollege).

Een kiescollege is een groep werknemers die samen in hetzelfde stembureau moeten stemmen.

Het stembureau is de plaats waar de werknemers hun stem uitbrengen. Het stembureau is samengesteld uit een voorzitter, een secretaris en een aantal bijzitters. Zij zijn verantwoordelijk voor het goede verloop van de kiesverrichtingen op de dag van de verkiezingen.

De kiescolleges

De kiescolleges worden samengesteld op basis van de kiezerslijsten en de werknemerscategorieën. Voor het CPBW kunnen er bijgevolg maximum 3 kiescolleges zijn. Voor de Ondernemingsraad gaat het om maximum 4 kiescolleges.

Er is een afzonderlijk kiescollege voor de arbeiders, de bedienden en de jonge werknemers indien er in elk van deze categorieën minstens 25 werknemers zijn. Er is een afzonderlijk kiescollege voor de kaderleden indien er minstens 15 kaderleden zijn (enkel voor de Ondernemingsraad).

Indien er minder dan 25 arbeiders of minder dan 25 bedienden zijn, wordt er één gemeenschappelijk kiescollege opgericht voor de arbeiders en de bedienden. In dat geval kunnen de arbeiders en de bedienden voor zowel arbeiders als bedienden stemmen.

Indien er minder dan 25 jonge werknemers of minder dan 15 kaderleden zijn, is er geen afzonderlijk kiescollege voor deze categorie. De jonge werknemers worden ingedeeld bij de arbeiders of bij de bedienden naargelang zij arbeider of bediende zijn. De kaderleden worden ingedeeld bij de bedienden.

De stembureaus

In principe is er één stembureau per kiescollege.

Indien dit noodzakelijk is, kunnen er echter verschillende stembureaus samengesteld worden voor één kiescollege. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer er meer dan één verkiezingsdag is, indien er op verschillende plaatsen gestemd wordt of indien er een groot aantal kiezers is. In dat geval zal één stembureau het hoofdbureau zijn voor dat kiescollege. De overige stembureaus zijn secundaire stembureaus. Het hoofdbureau heeft als taak de resultaten van de verschillende stembureaus te centraliseren, de mandaten te verdelen tussen de verschillende vakbonden en de verkozenen aan te duiden.

Verschillende stembureaus kunnen ook samengevoegd worden. Op die manier vermijdt men dat er te veel personeelsleden ingezet moeten worden om de stembureaus te bemannen. Daarbij moet u wel rekening houden met de voorwaarden waaraan de leden van het stembureau moeten voldoen. Zo moeten de secretaris en de bijzitters noodzakelijkerwijze behoren tot de personeelscategorie waarvoor het stembureau opgericht wordt. Dit betekent bijvoorbeeld dat voor het kiescollege van de arbeiders, de secretaris en de bijzitters arbeiders moeten zijn. Een bediende kan m.a.w. geen secretaris of bijzitter zijn in dit stembureau.

Er kan van dit principe wel afgeweken worden op voorwaarde dat het CPBW en de Ondernemingsraad daarmee instemmen. Indien er geen overlegorgaan is, moeten de representatieve werknemersorganisaties met deze afwijking instemmen.

Françoise Leus
Legal Expert

Geschreven door Ivo Debrabandere

13 februari 2012